[ee] van been / [e] van zes
- Uitleg [ee] van been / [e] van zes
- Dialoog
- Luisteroefening [ee] – [e]
- Uitspraakoefening [ee]
- Uitspraakoefening [e]
- Uitspraakoefening [e] – [ee]
- Luister- en uitspraakoefening [e]
- Luister- en uitspraakoefening [ee] – [e]
- Vraag en antwoord [ee]
- Vraag en antwoord [e]
- Uitspraakoefening [ee] met [r] of [l] – woorden
- Uitspraakoefening [ee] met [r] of [l] – zinnen
Vraag en antwoord [e]
Geef antwoord met het gegeven woord. Let op de uitspraak van de [e].
Voorbeeld:
> Ja, … (werk)
Antwoord:
Heb je werk? > Ja, ik heb werk.
Neem de oefening voor jezelf op, bijvoorbeeld met je telefoon. Vergelijk je opname met het voorbeeld. Niet tevreden? Doe de oefening nog een keer.
> Ja, … (les)
> Ja, … (zes)
> Ja, … (gezegd)
> Ja, … (merk)
> Ja, … (pen)
> Ja, … (ben)