Beter Nederlands spreken

[ee] van been / [e] van zes

Vraag en antwoord [ee]

Geef antwoord met het gegeven woord. Let op de uitspraak van de [ee].


Voorbeeld:

> Ja, … (thee)

Antwoord:
Wil je thee? > Ja, ik wil thee.


Neem de oefening voor jezelf op, bijvoorbeeld met je telefoon. Vergelijk je opname met het voorbeeld. Niet tevreden? Doe de oefening nog een keer.

  

> Ja, … (weet)




> Ja, … (probleem)




> Ja, … (heeft)




> Ja, … (vervelend)




> Ja, … (deze week)




> Ja, … (gelezen)