Beter Nederlands spreken

[ng] van wang

Luister- en uitspraakoefening [ng]

  1. Luister naar de zin. Herhaal de woorden met de [ng].
  2. Luister nog een keer.
  3. Zeg de hele zin na en let op de uitspraak van de [ng].

Neem de oefening voor jezelf op, bijvoorbeeld met je telefoon. Vergelijk je opname met het voorbeeld. Niet tevreden? Doe de oefening nog een keer.

  

Deze jas is te lang. – lang

Wat een leuk ding! – ding

Mijn zoontje is bang. – bang

Dit is een oude woning. – woning

Ik breng je een kop thee. – breng

Dat is de buurjongen. – buurjongen

Mijn zus is zwanger. – zwanger

Dat is een goedkope aanbieding. – aanbieding