[ng] van wang
Uitspraakoefening [nk] – [ng]
Zeg de woorden na en laat het verschil duidelijk horen: [ng] lang, [nk] kort.
Neem de oefening voor jezelf op, bijvoorbeeld met je telefoon. Vergelijk je opname met het voorbeeld. Niet tevreden? Doe de oefening nog een keer.
dronk – drong
jonk – jong
bank – bang
hink – hing
rank – rang
pink – ping
enkel – engel
vinken – vingen
jonker – jonger
zinken – zingen