Beter Nederlands spreken

[ng] van wang

Vraag en antwoord [ng]

Geef antwoord met het gegeven woord. Let op de uitspraak van de [ng].


Voorbeeld:

> Ja, … (zing)

Antwoord:
Zing je een lied? > Ja, ik zing een lied.


Neem de oefening voor jezelf op, bijvoorbeeld met je telefoon. Vergelijk je opname met het voorbeeld. Niet tevreden? Doe de oefening nog een keer.

  

> Ja, … (te lang)




> Ja, … (woning)




> Ja, … (bang)




> Ja, … (buurjongen)




> Ja, … (zwanger)




> Ja, … (breng)