[r] van rood
- Uitleg [r] van rood
- Dialoog
- Luisteroefening [r] – [l]
- Luisteroefening [r] – [g]
- Uitspraakoefening [r] – na een medeklinker
- Uitspraakoefening [r] – aan het begin en in het midden van een woord
- Uitspraakoefening [r] – aan het eind van een woord
- Uitspraakoefening [l] – [r]
- Uitspraakoefening [g] – [r]
- Luister- en uitspraakoefening [r]
- Vraag en antwoord [r]
Luister- en uitspraakoefening [r]
- Luister naar de zin. Herhaal de woorden met de [r].
- Luister nog een keer.
- Zeg de hele zin na en let op de uitspraak van de [r].
Neem de oefening voor jezelf op, bijvoorbeeld met je telefoon. Vergelijk je opname met het voorbeeld. Niet tevreden? Doe de oefening nog een keer.
Deze jas is rood. – rood
Ik eet brood. – brood
Wij hebben twee kinderen. – kinderen
Kun je hem horen? – horen
Hij praat veel. – praat
Sorry hoor! – sorry
Hij is hier. – hier
Dit is mijn dochter. – dochter
Hebt u een andere maat? – andere
Daar is een stoel. – daar