Beter Nederlands spreken

[r] van rood

Uitspraakoefening [l] – [r]

Laat het verschil duidelijk horen: de [r] trilt, de [l] niet.

Neem de oefening voor jezelf op, bijvoorbeeld met je telefoon. Vergelijk je opname met het voorbeeld. Niet tevreden? Doe de oefening nog een keer.

  

halen – haren

lont – rond

leuk – reuk

lood – rood

vel – ver

stoel – stoer

merk – melk

lauw – rauw

glas – gras

walm – warm