[r] van rood
- Uitleg [r] van rood
- Dialoog
- Luisteroefening [r] – [l]
- Luisteroefening [r] – [g]
- Uitspraakoefening [r] – na een medeklinker
- Uitspraakoefening [r] – aan het begin en in het midden van een woord
- Uitspraakoefening [r] – aan het eind van een woord
- Uitspraakoefening [l] – [r]
- Uitspraakoefening [g] – [r]
- Luister- en uitspraakoefening [r]
- Vraag en antwoord [r]
Uitspraakoefening [l] – [r]
Laat het verschil duidelijk horen: de [r] trilt, de [l] niet.
Neem de oefening voor jezelf op, bijvoorbeeld met je telefoon. Vergelijk je opname met het voorbeeld. Niet tevreden? Doe de oefening nog een keer.
halen – haren
lont – rond
leuk – reuk
lood – rood
vel – ver
stoel – stoer
merk – melk
lauw – rauw
glas – gras
walm – warm