Beter Nederlands spreken

[r] van rood

Vraag en antwoord [r]

Geef antwoord met het gegeven woord. Let op de uitspraak van de [r].


Voorbeeld:

> Ja, … (rood)

Antwoord:
Is de jas rood? > Ja, de jas is rood.


Neem de oefening voor jezelf op, bijvoorbeeld met je telefoon. Vergelijk je opname met het voorbeeld. Niet tevreden? Doe de oefening nog een keer.

  

> Ja, … (meer stoelen)




> Ja, … (kinderen)




> Ja, … (praat veel)




> Ja, … (dochter)




> Ja, … (andere maat)




> Ja, … (krijg)