[r] van rood
- Uitleg [r] van rood
- Dialoog
- Luisteroefening [r] – [l]
- Luisteroefening [r] – [g]
- Uitspraakoefening [r] – na een medeklinker
- Uitspraakoefening [r] – aan het begin en in het midden van een woord
- Uitspraakoefening [r] – aan het eind van een woord
- Uitspraakoefening [l] – [r]
- Uitspraakoefening [g] – [r]
- Luister- en uitspraakoefening [r]
- Vraag en antwoord [r]
Vraag en antwoord [r]
Geef antwoord met het gegeven woord. Let op de uitspraak van de [r].
Voorbeeld:
> Ja, … (rood)
Antwoord:
Is de jas rood? > Ja, de jas is rood.
Neem de oefening voor jezelf op, bijvoorbeeld met je telefoon. Vergelijk je opname met het voorbeeld. Niet tevreden? Doe de oefening nog een keer.
> Ja, … (meer stoelen)
> Ja, … (kinderen)
> Ja, … (praat veel)
> Ja, … (dochter)
> Ja, … (andere maat)
> Ja, … (krijg)