[uu] van muur / [u] van bus
Vraag en antwoord [uu]
Geef antwoord met het gegeven woord. Let op de uitspraak van de [uu].
Voorbeeld:
> Ja, … (zuur)
Antwoord:
Is de melk zuur? > Ja, de melk is zuur.
Neem de oefening voor jezelf op, bijvoorbeeld met je telefoon. Vergelijk je opname met het voorbeeld. Niet tevreden? Doe de oefening nog een keer.
> Ja, … (huur)
> Ja, … (muur)
> Ja, … (studeert)
> Ja, … (duur)
> Ja, … (nu)
> Ja, … (buren)