Volgende Vorige Zelftoetsen Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5 Hoofdstuk 6 Hoofdstuk 7 Hoofdstuk 8 Hoofdstuk 9 Hoofdstuk 10 Hoofdstuk 11 Hoofdstuk 12 Opdracht 1 Opdracht 2 Opdracht 3 Opdracht 4 Opdracht 5 Opdracht 6 Vul het goede woord in. Je kunt kiezen uit:toen – daarna – later – nu – eerder – volgende 1 ik naar Maastricht verhuisde, stonden we vlak voor Maastricht altijd stil op de A2.2 heeft de weg een tunnel en kunnen we meestal doorrijden.3 Men is begonnen in 2012; zes jaar was de tunnel klaar.4 In de jaren wil de provincie investeren in de A76.5 En willen ze ook kijken naar het openbaar vervoer.6 had dat geen prioriteit. controleer oké