Op naar de eindstreep

Zelftoetsen

Vul het goede woord in. Je kunt kiezen uit:

toen – daarna – later – nu – eerder – volgende

1 ik naar Maastricht verhuisde, stonden we vlak voor Maastricht altijd stil op de A2.
2 heeft de weg een tunnel en kunnen we meestal doorrijden.
3 Men is begonnen in 2012; zes jaar was de tunnel klaar.
4 In de jaren wil de provincie investeren in de A76.
5 En willen ze ook kijken naar het openbaar vervoer.
6 had dat geen prioriteit.