Volgende Vorige Zelftoetsen Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5 Hoofdstuk 6 Hoofdstuk 7 Hoofdstuk 8 Hoofdstuk 9 Hoofdstuk 10 Hoofdstuk 11 Hoofdstuk 12 Opdracht 1 Opdracht 2 Opdracht 3 Opdracht 4 Opdracht 5 Opdracht 6 Kies het juiste woord en zet het in de goede vorm. Je kunt kiezen uit:doodlopend – letterlijk – de praktijk – aantrekkelijk – ingewikkeld – bijbenen – mijn zegje doen – met het oog op – een slag slaan – goed uitpakken voor 1 Ik heb tijd nodig om te beslissen: ik vind dit probleem zo !2 Ze denkt dat we een andere richting moeten kiezen. Dit is een weg.3 Die nieuwe maatregel heeft ons. We betalen nu minder belasting.4 Ik heb twee uur vastgezeten; het was zo druk in de trein!5 Volgens ons weet hij niets van die wet en hij naar de gevolgen.6 Fiscaal is het heel om met een elektrische auto te rijden.7 Ik wilde per se op de bijeenkomst. Nu kent iedereen mijn mening!8 In theorie zijn de files op de A2 korter, maar in staan we nog vaak stil.9 de drukte in de spits, begint de bijeenkomst pas om half tien.10 Zijn mening over rekeningrijden verandert elke keer; ik kan het niet meer . controleer oké