Op naar de eindstreep

Zelftoetsen

Vul de juiste vorm en tijd in de verba. Je kunt kiezen uit:

staan – hangen – zitten – liggen – stoppen – leggen – zetten

Ik haat het om in de file te . Gisteren duurde het anderhalf uur voordat ik thuis was. En ik wilde wat eten. Mijn jas aan een haakje achterin de auto. Meestal ik snoepjes in mijn jaszak, maar ik kon ze niet pakken. Mijn tas op de stoel naast me. Ik hem op mijn schoot en voelde, maar er niets lekkers in. Zou ik even kunnen uitstappen? Ik had de boodschappen in de kofferbak . Maar nee, de file kwam weer in beweging.