Volgende Vorige Zelftoetsen Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5 Hoofdstuk 6 Hoofdstuk 7 Hoofdstuk 8 Hoofdstuk 9 Hoofdstuk 10 Hoofdstuk 11 Hoofdstuk 12 Opdracht 1 Opdracht 2 Opdracht 3 Opdracht 4 Opdracht 5 Opdracht 6 Vul in: heel, hele of helemaal. 1 Je kunt op het IJsselmeer goed zeilen.2 We hebben de dag op het strand gelegen.3 De vissers waren het niet eens met de beslissing van de minister.4 We zijn van Amsterdam naar Leeuwarden gefietst. Wat een eind!5 Nederlanders zijn goed in het creëren van nieuw land.6 Nadat het de week geregend had, stond het weiland onder water.7 Voordat je hier kunt bouwen, mag er geen water meer staan.8 Ik vind het een goed idee om een waterwoning te kopen. controleer oké