Volgende Vorige Zelftoetsen Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5 Hoofdstuk 6 Hoofdstuk 7 Hoofdstuk 8 Hoofdstuk 9 Hoofdstuk 10 Hoofdstuk 11 Hoofdstuk 12 Opdracht 1 Opdracht 2 Opdracht 3 Opdracht 4 Opdracht 5 Opdracht 6 Kies het juiste woord en zet het in de goede vorm. Je kunt kiezen uit:gestaag – begerig – toenmalig – drassig – slap – afgezet 1 Hij keek naar de mooie waterwoning van de buren.2 Op deze grond kun je niet bouwen. Je moet de grond eerst droogpompen.3 Door de aanhoudende regen, steeg het water in de rivier .4 Op het terrein is overstromingsgevaar. Betreden is verboden.5 De minister heeft deze dijken vijf jaar geleden laten afbreken.6 Om een dijk te bouwen, heb je een stevige ondergrond nodig. Deze grond is te . controleer oké