Op naar de eindstreep

Zelftoetsen

Kies het juiste woord en zet het in de goede vorm. Je kunt kiezen uit:

gestaag – begerig – toenmalig – drassig – slap – afgezet

1 Hij keek naar de mooie waterwoning van de buren.
2 Op deze grond kun je niet bouwen. Je moet de grond eerst droogpompen.
3 Door de aanhoudende regen, steeg het water in de rivier .
4 Op het terrein is overstromingsgevaar. Betreden is verboden.
5 De minister heeft deze dijken vijf jaar geleden laten afbreken.
6 Om een dijk te bouwen, heb je een stevige ondergrond nodig. Deze grond is te .