Volgende Vorige Zelftoetsen Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5 Hoofdstuk 6 Hoofdstuk 7 Hoofdstuk 8 Hoofdstuk 9 Hoofdstuk 10 Hoofdstuk 11 Hoofdstuk 12 Opdracht 1 Opdracht 2 Opdracht 3 Opdracht 4 Opdracht 5 Opdracht 6 Welk verbum hoort erbij? controleer iemand de ruimte raken geven staan schieten klaren hebben verduren iets op het oog raken geven staan schieten klaren hebben verduren de klus raken geven staan schieten klaren hebben verduren in een kramp raken geven staan schieten klaren hebben verduren het zwaar te … hebben/krijgen raken geven staan schieten klaren hebben verduren aan lager wal raken geven staan schieten klaren hebben verduren blank raken geven staan schieten klaren hebben verduren controleer oké