Selecteer het antwoord dat je het meest correct lijkt.
Het functionalisme beoogde:
de machtsverhoudingen tussen staten via internationale organisaties vast te leggen
het maken van politieke keuzes te vergemakkelijken door regeringen in internationale organisaties een politiek platform te bieden
experts op politiek neutrale wijze problemen te laten oplossen waardoor regeringen geleidelijk overbodig zouden worden
een groot aantal politieke functies te laten vervullen door volksvertegenwoordigers
Europa is geen federale staat, omdat:
er geen Europese grondwet is
er geen vlag en volkslied zijn
de verdeling van bevoegdheden per bestuurslaag niet is vastgelegd
de uiteindelijke zeggenschap niet bij het hoogste, Europese niveau ligt maar bij het nationale niveau
Het Europese integratieproces geschiedt volgens het neofunctionalisme via ‘spillover’, wat betekent dat:
samenwerking een gecontroleerd proces is naar een bepaald einddoel
het integratieproces zich via onbedoelde ontwikkelingen steeds uitbreidt
sommige beleidsterreinen door het integratieproces hun politieke lading verliezen, waardoor integratie steeds gemakkelijker verloopt
sommige beleidsterreinen door het integratieproces sterker gepolitiseerd raken, waardoor integratie steeds lastiger wordt
Het neofunctionalisme voorspelt dat Europese integratie stagneert als:
functionele of politieke pressie voor vooruitgang ontbreekt
landen geen lid kunnen worden van de EU, omdat ze niet voldoen aan de toelatingscriteria
er socialisatie optreedt, waardoor onderhandelaars ‘Europees denken’ en hun loyaliteit naar ‘Brussel’ verschuift
de grote lidstaten te weinig baat hebben bij verdere integratie
Het supranationalisme voorspelt de ontwikkeling van supranational governance op afzonderlijke beleidsterreinen onder de voorwaarde dat:
er policy entrepreneurs zijn voor de integratie op dat terrein
er veel grensoverschrijdende transacties plaatsvinden op dat terrein
er geen lidstaten benadeeld worden door de verdere integratie
het terrein door alle lidstaten belangrijk wordt gevonden
Volgens het intergouvernementalisme gaat Europese integratie vooruit als het gaat om:
low politics, weinig gevoelige kwesties
high politics, die de vitale belangen van een staat raken
zowel high politics als low politics
economische kwesties
Het liberaal intergouvernementalisme voorspelt dat de uitkomst van intergouvernementele onderhandelingen zullen overeenkomen met de lowest common denominator, oftewel:
alles wat het integratieproces vooruitbrengt
datgene wat aanvaardbaar is voor de grootste lidstaat
datgene wat aanvaardbaar is voor de meest terughoudende lidstaat
datgene wat in ieders belang is
Volgens institutionalisten zijn instituties:
neutraal en kunnen ze als autonome speler in het integratieproces optreden
neutraal en hebben ze geen rol in het integratieproces
niet neutraal en kunnen ze als autonome speler in het integratieproces optreden
niet neutraal en hebben ze geen rol in het integratieproces
Volgens het historisch institutionalisme speelt padafhankelijkheid een belangrijke rol in het integratieproces. Padafhankelijkheid betekent dat:
integratie verloopt volgens een vooraf opgesteld stappenplan
eerder gemaakte keuzes meer keuzemogelijkheden in de toekomst creëren
Volgens het sociologisch institutionalisme kunnen norm entrepreneurs een rol spelen in het samenwerkingsproces. Norm entrepreneurs zijn:
grote staten die door hun macht andere staten van hun normen kunnen overtuigen
mensen of belangengroepen die met nieuwe oplossingen komen en erin slagen anderen te overtuigen van de juistheid van die oplossingen
diplomaten die door hun ervaring makkelijker een goede onderhandelingspositie bewerkstelligen
staten die nationale normen uitdragen als Europese normen