Meer dan opvoeden

Hoofdstuk 12

De 3-jarige Sofie is op het kinderdagverblijf soms langdurig ontroostbaar omdat ze haar papa en mama mist. De begeleidsters vinden dat moeilijk, omdat ze soms wel een halfuur blijft huilen en daarmee erg veel aandacht vraagt. Ze nemen haar dan wel even op schoot, maar zeggen algauw dat ze moet stoppen met huilen omdat papa of mama pas later komt. Op het programma staat ‘met de blokken spelen’ en Sofie moet op een apart bankje gaan zitten ‘tot er geen traantjes meer komen’.

Omdat deze aanpak niet lijkt te werken, besluiten de leidsters de situatie van Sofie voor te leggen aan een opvoedingsondersteuner op internet. De opvoedingsondersteuner kiest ervoor om het perspectief van de begeleidsters heel duidelijk te benoemen. De boodschap die de begeleidsters met hun aanpak overbrengen is: ‘Wij willen door met ons programma en dat lukt niet goed als jij zo lang huilt.’ De opvoedingsondersteuner maakt duidelijk dat zij van een 3-jarig kind niet kunnen verwachten dat zij dat perspectief ziet en haar emoties opzijzet. Sofie leert nu dat ze haar papa en mama niet mag missen. Dat is een vreemde boodschap aan een 3-jarig kind: ‘Wij vinden jou pas weer leuk als je je ouders niet meer mist.’ Het kind wordt zo onbedoeld in een onmogelijk loyaliteitsconflict geplaatst.

Door te benoemen welke impact het opvoedgedrag op het kind heeft en de situatie vanuit haar perspectief te laten zien, kantelt de situatie. De begeleidsters hebben nooit de intentie gehad om de emotie van Sofie te ontkennen, maar ze bekeken de situatie nu eenmaal alleen vanuit hun eigen perspectief en behoefte. Ze begrijpen nu ook dat zij het misschien onbedoeld wel erger maken door zo te reageren.

Wat is dan een betere manier om het huilen te laten stoppen? Hoe zouden zij de behoefte van het kind kunnen erkennen en dus kunnen aansluiten bij haar ontwikkeling? Een mogelijke invulling is: ‘Jij mist je papa hè? Zullen we dan nu een hoge blokkentoren bouwen, speciaal voor papa? En dan maak ik een foto, die we straks aan papa kunnen laten zien.’ Op een dergelijke manier kunnen de leidsters ingaan op de emotie, een soepele overgang maken naar een later moment en de activiteit hernemen die ze toch al van plan waren: met de blokken spelen. Ook hun behoefte om door te gaan met het programma wordt daarmee onderkend.

Vragen bij de casus

  1. Lees het GEP-model (tabel 12.2) zorgvuldig door en benoem welke techniek uit het model de opvoedingsondersteuner in deze casus heeft toegepast.
  2. Bij welke component van het empowermentproces hoort deze techniek?
  3. Beargumenteer waarom het zinvol is om in deze casus met deze component te beginnen.
  4. Benoem bij alle vier de componenten van het empowermentproces hoe dit soepel kan verlopen als de begeleidsters het advies opvolgen.
  5. Kies nu een andere component om mee te beginnen en schrijf een e-mailadvies aan de begeleidsters vanuit die andere component.