Hoofdstuk 8
‘Ik weet het niet meer!’ Met deze noodkreet komt een moeder van drie kinderen de behandelruimte in het CJG binnen. ‘Alles wat ik doe, is fout. Het heeft geen zin meer! Op deze manier is het geen leven meer.’ In horten en stoten vertelt ze haar verhaal. Isa, de oudste dochter van 17, terroriseert al verschillende jaren het gezin. Ze gaat en staat waar ze wil, vaak weet moeder niet waar ze uithangt. Elke vraag om hulp in het huishouden wordt met hoongelach beantwoord. De huidige partner van moeder staat op het punt het huis te verlaten na de eindeloze pesterijen van Isa. Een paar jaar geleden stond moeder door de voortdurende heibel met Isa al eens voor de keuze: of Isa of haar partner eruit. Moeder had toen, zoals ze het zelf formuleerde, ‘voor de kinderen gekozen’. Dit bracht even rust, maar al snel begon het eisende gedrag opnieuw. Toen de huidige partner bij moeder introk, namen het geschreeuw en de verwijten tussen Isa en moeder steeds grotere proporties aan. Geld eisen of gewoon wegnemen is zeer vanzelfsprekend geworden. Isa’s broertje, de 11-jarige Jurgen, kijkt op naar zijn zus en volgt haar voorbeeld, terwijl de 14-jarige Kirsten als een bang haasje door het huis sluipt en moeder tracht te plezieren.Volgens moeder is vader slechts op de achtergrond aanwezig. De kinderen gaan soms een weekend op bezoek. Bij vader zijn er geen grote problemen en hij kiest ervoor om zich niet in de moeilijkheden bij moeder te mengen. Dit ergert moeder. Ze staat er alleen voor. Moeder eindigt haar relaas met de vraag: ‘Zou jij eens met Isa kunnen praten? Misschien luistert ze naar jou…’ Zij vraagt of ik geen speciale technieken ken om haar dochter aan het praten te krijgen. ‘Jij bent toch specialist. Van jou neemt ze misschien gemakkelijker iets aan.’Zelf heeft moeder urenlang op haar dochter ingepraat. Haar smeekbedes aan Isa om antwoord te geven op haar vele ‘waarom’-vragen, om alsjeblieft te willen veranderen of om in te zien dat moeder het beste met haar voor heeft, bleven onbeantwoord. Bij een zoveelste ruzie bood moeder excuses aan voor de dingen waarin zij denkt tekortgeschoten te zijn als moeder, maar zelfs een letterlijke knieval maken bracht geen verandering. Integendeel. De inspanningen werden honend weggelachen. Moeder probeert nu te zwijgen en slikt de commentaren van Isa. Ze wil hierdoor de voortdurende ruzies vermijden, zodat het voor de andere kinderen nog een beetje leefbaar blijft. De angst voor nog erger heeft haar in de greep. En stilletjes hoopt ze dat het met de jaren overgaat. Ze vraagt me met aandrang: ‘Weet jij wat ik nu nog kan doen?’
Uit: S. Vermeire (2013). Mijn kind… een tiran?! Vaste overtuigingen als voedsel voor geweld. Systeemtheoretisch Bulletin, 31, 181-202.
Vragen bij de casus
- Welke soort vragen staan op de voorgrond indien je als sociaal werker of ouderbegeleider opereert vanuit een traditionele benadering? En welke vragen zou je de moeder van Isa voorleggen?
- Welke soort vragen staan op de voorgrond indien je als sociaal werker of ouderbegeleider opereert vanuit een samenwerkingsgerichte benadering? En welke vragen zou je de moeder van Isa voorleggen?
- Wat zijn de constructieve(re) mogelijkheden van de tweede reeks vragen?
- Welke hypothetische benadelingen (lastervaringen) hoor je in het verhaal van deze moeder? Welke oplossingswegen heeft deze moeder allemaal geprobeerd? Wat kunnen haar probleemdefiniëringen zijn? Waar hoopt zij op? Welke dromen heeft ze nog? Aan welke waarden die zij niet langer gerealiseerd krijgt hecht zij veel belang?
- Op welk van deze aspecten van het verhaal van Isa’s moeder zou je als ouderbegeleider allereerst ingaan?