Meer dan opvoeden

Hoofdstuk 8

  1. Hulpverleners gebruiken vaak vragenlijsten om snel en doeltreffend informatie te krijgen over het kind. Alice van der Pas deed ooit een oproep om alle vragenlijsten voor ouders te voorzien van een waarschuwingssticker met het woord ‘ouderonvriendelijk’. Formuleer mogelijke betekenissen die vragenlijsten kunnen oproepen bij ouders. Waarop kun je letten als je ouders vraagt om dergelijke lijsten in te vullen?
  2. Wat zijn tegenwoordig de gangbare ‘ingrediënten’ van goed moederschap en vaderschap? Wat zijn de sociale instructies voor moeders, vaders, stiefmoeders en pleegouders? Wat krijgen ze te horen over hoe ze zich moeten gedragen tegenover hun kinderen en hun gezin? Geef een paar voorbeelden van de invloed die het al dan niet voldoen aan deze instructies heeft op hoe ouders zichzelf ervaren.
  3. Is een vertrouwensband of wederzijds vertrouwen een noodzakelijke voorwaarde voor een goede samenwerking en goede ouderbegeleiding?
  4. Waarom is het belangrijk om het probleem en niet de ouders als probleem te zien?
  5. Weerstand wordt vaak gezien als een moeilijkheid bij de ouder, terwijl we weerstandgedrag ook kunnen opvatten vanuit een collaboratieve benadering. Weerstandsgedrag bij ouders wordt dan beschouwd als een signaal voor de hulpverlener dat hij bepaalde aspecten van het verhaal van de ouder nog niet voldoende gehoord of begrepen heeft. Waarom vertonen ouders weerstandsgedrag?