Meer dan opvoeden

Hoofdstuk 8

Sabine Vermeire heeft psychologie en pedagogiek gestudeerd. Daarna is ze jaren werkzaam geweest in een residentiële voorziening van jeugdzorg. Hier werden kinderen en jongeren door de jeugd rechtbank geplaatst. Bij de residentiële voorziening heeft ze ook samen met ouders gewerkt. Ze bood hier ouderbegeleiding en individuele begeleiding aan de kinderen en jongeren. Intussen heeft Sabine Vermeire een psychotherapie opleiding gevolgd en een systeemtherapie opleiding. Ze is nu twaalf jaar werkzaam als opleider, in alles wat te maken heeft met systemische hulpverlening wat betreft kinderen, jongeren, ouderen en gezinnen. En tegelijkertijd is ze ook lid van een psychotherapiepraktijkgroep. Wat betekent dat ze ook werkzaam is met cliënten: kinderen, jongeren en ouders. 

Waarom hebt u meegewerkt aan Meer dan opvoeden?

‘Om de Interactie Adacemie in Antwerpen een bijdrage te laten leveren in de vorm van hun kijk en visie op ouderbegeleiding en systemisch werken. De redactie vond dat maatschappelijk opvoeden en ouderbegeleiding goed op die visie op aansloot. Het hoofdstuk is geschreven vanuit jarenlange ervaring en opgebouwde kennis. De redactie heeft het als een mogelijkheid gezien om eens grondig uit te schrijven wat allemaal helpende kijkwijzers kunnen zijn bij de ouderbegeleiding.’

Wat wilt u overbrengen?
‘Er gaat een besef komen dat ouderbegeleiding een zelfstandig en volwaardig vak is in de hulpverlening. Waarbij het niet gaat om het heropvoeden van ouders. Het is belangrijk voor de schrijvers van dit hoofdstuk dat studenten met de ouders in gesprek gaan en een samenwerkingsrelatie kunnen opbouwen met ouders om zo wat ademruimte te kunnen creëren voor ouders. Het gaat echt over de hulpverlening aan en met ouders. In plaats van dat het belang van het kind altijd boven staat. Het gaat niet over dat we het kind moeten wegvegen maar oog moeten hebben voor het ouderschap. Wat betekent het voor ouders als er een kink  in de kabel komt.

Het is een goede zaak als studenten ouderbegeleiding goed kunnen oefenen door veel met ouders te gaan praten. Er achter komen wat houdt de ouder nou precies bezig. Het zou interessant zijn als studenten verhalen horen/lezen van ouders zodat ze inzage krijgen in de leef en betekeniswereld van ouders. Verschillende verhalen van ouders over ouderschap waar knikken in de kabel in voorkomen, kunnen studenten zicht geven in de leef en betekeniswereld. Door de verhalen te horen of te lezen kunnen studenten er achter komen wat belemmerd de ouders uit het verhaal, wat zijn hun bezorgdheden van de ouder, wat vinden de ouders waardevol. Dit kan aan de hand van een aantal verhalen. Bij de externe links staat een aantal boeken en films die over de leef-  en betekeniswereld van ouders gaan. Een voorbeeld is van het boek van David Grosman:  Een vrouw op de vlucht voor een bericht. Het gaat over een moeder die op de vlucht gaat voor het bericht dat gaat komen dat haar zoon gestorven is. Je leest hier terug hoe ze als ouder zich staande probeert te houden en welke gedachten de ouder heeft.’

Wat is de rol van Interventies en bijsturingprogramma’s?

‘Veel opvoedinterventies negeren de moeilijkheden van de ouder. Er wordt vaak geen rekening gehouden met de context van de ouder en het opvoeden. We moeten beseffen dat ouders zelf in staat zijn de ideale opvoedsituatie te realiseren.’

Zijn vooroordelen van de hulpverlener te voorkomen? 
‘Nee, dat is niet te voorkomen. Zolang er in de maatschappij op een bepaalde manier naar ouders gekeken wordt gaan we allemaal met vooroordelen te werk.’

Willen ouders geen hulp of durven zij geen hulp meer te vragen?
‘Het belangrijkste is om altijd in gesprek te blijven met de ouder. Samen kijken wat het probleem is en niet de ouder aanspreken op bijvoorbeeld het tekort schieten van de ouder of falende ouder. Je kunt de ouder wel aanspreken op het feit dat ze met iets aan het worstelen zijn. Als de ouder met een falend gevoel zit samen gaan kijken wat dat gevoel met de ouders doet. Maak bespreekbaar wat de ouder allemaal in de weg zit in plaats van dat de ouder allemaal vertellen wat hij/zij niet oké doet.’

Hulpverleners nemen vaak de overhand in het gesprek
‘Dat gebeurt soms, het kan iedereen overkomen. Je ziet als hulpverlener mensen in nood, je ziet mensen lijden. Je wilt dat het beter gaat met de ouders en dat het beter gaat met het kind. En voordat je het weet, gaat je eigen betrokkenheid met je aan de haal en ben je te veel aan het woord in de hoop dat het de ouder vooruit helpt. Belangrijk is dat je als ouderbegeleider beseft dat je te veel aan het woord bent. Je moet blijven beseffen dat de ouder altijd eigenaar is van zijn eigen verhaal en van zijn eigen leven.’