Nederlands in actie

Extra opdrachten

Hoofdstuk 1

Grammatica - Opdracht 1F

Conjuncties
Combineer de twee helften tot een goede zin. Let op de betekenis!

Als je klaar bent, klik je op ‘controleer’.
Rick werkt de hele week en
Rick houdt niet van sporten maar
Rick moet gaan sporten want
Hij moet gaan sporten of
Hij gaat altijd met de auto dus