Nederlands in actie

Extra opdrachten

Hoofdstuk 3

Werkwoorden - Opdracht 1

Onregelmatige werkwoorden

Perfectum » imperfectum
Zet de zinnen in het imperfectum.

Als je het antwoord niet weet, kun je op ‘hint’ klikken.
Klik op ‘controleer’ als je klaar bent.

Voorbeeld:
Het is in het noorden heel slecht weer geweest.
Het was in het noorden heel slecht weer.

1. Ik heb een zeldzaam glas gebroken.
Ik een zeldzaam glas.

2. Het zuiden heeft vandaag niet veel zon gekregen.
Het zuiden vandaag niet veel zon.

3. Ik heb bewust een vrolijke foto aan de muur gehangen.
Ik bewust een vrolijke foto aan de muur.

4. We hebben daar een halfuur gestaan, alsof we alle tijd hadden.
We daar een halfuur, alsof we alle tijd hadden.

5. Met een flinke wind uit het westen in de rug zijn we naar Arnhem gereden.
Met een flinke wind uit het westen in de rug we naar Arnhem.

6. De zon heeft in die vakantie nauwelijks geschenen.
De zon in die vakantie nauwelijks.

7. Die kans heb je natuurlijk direct gegrepen.
Die kans je natuurlijk direct.

8. Mijn kat is gestorven aan een besmettelijke ziekte.
Mijn kat aan een besmettelijke ziekte.

9. Ik heb in feite gratis eersteklas gezeten.
Ik in feite gratis eersteklas.

10. Hij heeft zijn teleurstelling verborgen voor zijn familie.
Hij zijn teleurstelling voor zijn familie.