Nederlands in actie

Extra opdrachten

Hoofdstuk 3

Werkwoorden - Opdracht 2

Onregelmatige werkwoorden

Imperfectum » perfectum
Zet de zinnen in het perfectum. Let ook op hebben en zijn.

Als je het antwoord niet weet, kun je op ‘hint’ klikken.
Klik op ‘controleer’ als je klaar bent.

Voorbeeld:
We aten een broodje in een café bij het strand.
We hebben een broodje gegeten in een café bij het strand.

1. Werner probeert het verband tussen humeur en temperatuur te bewijzen.
Werner het verband tussen humeur en temperatuur te bewijzen.

2. Hij zweeg alleen terwijl wij allemaal praatten.
Hij alleen terwijl wij allemaal praatten.

3. Ik schrok van het lawaai op straat.
Ik van het lawaai op straat .

4. Zijn nieuwe vriendin bracht weer vreugde in zijn leven.
Zijn nieuwe vriendin weer vreugde in zijn leven .

5. Ze scholden tegen de conducteur en tegen de andere reizigers.
Ze tegen de conducteur en tegen de andere reizigers .

6. Het werd gelukkig geleidelijk wat warmer.
Het gelukkig geleidelijk wat warmer .

7. Het vroor matig in het noorden en het oosten.
Het matig in het noorden en het oosten.

8. Henriette deed heel flauw tegen haar vriend.
Henriette heel flauw tegen haar vriend .

9. Door die knuffel verscheen er een blije lach op zijn gezicht.
Door die knuffel er een blije lach op zijn gezicht .

10. Helaas verdween de sneeuw door de warmte.
Helaas de sneeuw door de warmte .