Nederlands in actie

Extra opdrachten

Hoofdstuk 4

Werkwoorden - Opdracht 1

Onregelmatige werkwoorden

Imperfectum » perfectum
Zet de zinnen in het perfectum. Let ook op hebben en zijn.

Als je het antwoord niet weet, kun je op ‘hint’ klikken.
Klik op ‘controleer’ als je klaar bent.

Voorbeeld:
Hij dacht niet aan zijn fouten.
Hij heeft niet aan zijn fouten gedacht.

1. Simon bond de hond aan het hek bij de winkel.
Simon de hond aan het hek bij de winkel .

2. De meeste lessen begonnen om halfnegen.
De meeste lessen om halfnegen .

3. Ik vergeleek de studieresultaten met de aanwezigheid van de studenten.
Ik de studieresultaten met de aanwezigheid van de studenten.

4. We hadden veel tegenslag bij ons onderzoek.
We veel tegenslag bij ons onderzoek.

5. Ik stak mijn hand op maar de docent reageerde niet.
Ik mijn hand maar de docent reageerde niet.

6. Zag je de voorzitter van de vakbond ook?
je de voorzitter van de vakbond ook ?

7. De hoogleraren liepen in een optocht naar het ministerie.
De hoogleraren in een optocht naar het ministerie .

8. De mensen van de actiegroep staken vuurwerk af.
De mensen van de actiegroep vuurwerk .

9. Ik nam nog één biertje.
Ik nog één biertje .

10. Uiteraard spraken we ook over de nieuwe maatregel tegen studievertraging.
Uiteraard we ook over de nieuwe maatregel tegen studievertraging .