Nederlands in actie

Extra opdrachten

Hoofdstuk 4

Werkwoorden - Opdracht 3

Regelmatige en onregelmatige werkwoorden

Presens » imperfectum
Zet de zinnen in het imperfectum. Let op: in deze opdracht staan regelmatige en onregelmatige werkwoorden.

Als je het antwoord niet weet, kun je op ‘hint’ klikken.
Klik op ‘controleer’ als je klaar bent.

Voorbeeld:
Hij denkt niet aan zijn opdracht.
Hij dacht niet aan zijn opdracht.

1. We zingen allerlei liedjes bij het feest in de kroeg.
We allerlei liedjes bij het feest in de kroeg.

2. Hij antwoordt helemaal niet op mijn vraag.
Hij helemaal niet op mijn vraag.

3. Ik denk dat je dat woord niet goed uitspreekt.
Ik denk dat je dat woord niet goed .

4. Hij merkt niets van de demonstratie.
Hij niets van de demonstratie.

5. Hij houdt in oktober al op met zijn studie.
Hij in oktober al op met zijn studie.

6. Tijdens haar stage zorgt ze voor de dieren in het laboratorium.
Tijdens haar stage ze voor de dieren in het laboratorium.

7. De studie valt me erg mee; het is niet zo moeilijk.
De studie me erg mee; het was niet zo moeilijk.

8. Vooral studenten met studievertraging lijden onder deze maatregel.
Vooral studenten met studievertraging onder deze maatregel.

9. Hij vertelt altijd gekke verhalen, maar ik geloof hem nooit helemaal.
Hij vertelde altijd gekke verhalen, maar ik hem nooit helemaal.

10. Dat bedoel ik echt niet onvriendelijk hoor!
Dat ik echt niet onvriendelijk hoor!