Nederlands in actie

Extra opdrachten

Hoofdstuk 4

Werkwoorden - Opdracht 2

Onregelmatige werkwoorden

Perfectum » imperfectum
Zet de zinnen in het imperfectum.

Als je het antwoord niet weet, kun je op ‘hint’ klikken.
Klik op ‘controleer’ als je klaar bent.

Voorbeeld:
Hij heeft niet aan zijn fouten gedacht.
Hij dacht niet aan zijn fouten.

1. Hij heeft alles van het vak statistiek vergeten.
Hij alles van het vak statistiek.

2. De dief heeft minstens acht laptops uit studentenhuizen gestolen.
De dief minstens acht laptops uit studentenhuizen.

3. Het leger heeft hard gevochten tegen de terreurgroepen.
Het leger hard tegen de terreurgroepen.

4. Ik heb hem gevraagd of hij nog binding voelt met zijn oude school.
Ik hem of hij nog binding voelt met zijn oude school.

5. Jayson is heel lang bezig geweest met het opzoeken van woorden.
Jayson heel lang bezig met het opzoeken van woorden.

6. Ik heb mijn Engelse woordenboek gehouden, vanwege mijn stage in Liverpool.
Ik mijn Engelse woordenboek, vanwege mijn stage in Liverpool.

7. De docent heeft haar tot de orde geroepen, maar ze reageerde niet.
De docent haar tot de orde, maar ze reageerde niet.

8. Ik heb niet naar de beperkingen gekeken, alleen naar de mogelijkheden.
Ik niet naar de beperkingen, alleen naar de mogelijkheden.

9. Onze docent heeft gezegd dat we deze vaardigheid bij veel vakken nodig hebben.
Onze docent dat we deze vaardigheid bij veel vakken nodig hebben.

10. Ik heb mijn katten bij mijn ouders gelaten toen ik in een andere stad ging studeren.
Ik mijn katten bij mijn ouders toen ik in een andere stad ging studeren.