Nederlands in actie

Extra opdrachten

Hoofdstuk 5

Grammatica - Opdracht 6

Zin met Daar maken (presens)
Maak dezelfde zin, maar dan met Daar aan het begin.
Sluit de zinnen af met een punt, anders rekent het programma je antwoord niet goed.

Als je het antwoord niet weet, kun je op ‘hint’ klikken. Je ziet dan de volgende goede letter. Als je het hele goede antwoord wilt zien, kun je op ‘antwoord’ klikken.
Klik op ‘controleer’ als je klaar bent.

Bijvoorbeeld:
Michael is verbaasd over deze reactie.
Daar is Michael verbaasd over.

1. Ze zitten nog in de kantine.
Daar

2. Sylvie droomt al jaren over deze reis.
Daar

3. Jonathan heeft geen mening over deze film.
Daar

4. Suzan is niet blij met deze baan.
Daar

5. Louis kan niet goed reageren op conflicten.
Daar

6. Sinds kort doen ze onderzoek naar deze ziekte.
Daar

7. Je kunt in dat gebied heerlijk wandelen.
Daar

8. Hij werkt al zestien jaar bij die maatschappij.
Daar

9. Jochem wordt ziek van tomaten.
Daar

10. Ik heb niet onder de kast gekeken.
Daar