Nederlands in actie

Extra opdrachten

Hoofdstuk 5

Grammatica - Opdracht 8

Bijzin met daar maken
Maak dezelfde zin, maar gebruik daar.
Sluit de zinnen af met een punt, anders rekent het programma je antwoord niet goed.

Als je het antwoord niet weet, kun je op ‘hint’ klikken. Je ziet dan de volgende goede letter. Als je het hele goede antwoord wilt zien, kun je op ‘antwoord’ klikken.
Klik op ‘controleer’ als je klaar bent.

1. Martin vertelde dat hij in Glasgow was opgegroeid.
Martin vertelde

2. John zegt dat hij nog niet in het nieuwe kantoor is geweest.
John zegt

3. Bianca zei dat ze veel vrienden heeft in Amsterdam.
Bianca zei

4. Helen zei dat ze nog niet had nagedacht over die mogelijkheid.
Helen zei

5. Mirjam zei dat ze haar woordenboek voor de spelling gebruikte.
Mirjam zei

6. Joseph zei dat hij niet doorgaat met de cursus.
Joseph zei

7. Carla zei dat ze niet veel verdiende met dat werk.
Carla zei

8. Robin zei dat het bestuur verantwoordelijk is voor deze dingen.
Robin zei

9. Ursula vertelde dat ze al lang last had van haar rug.
Ursula vertelde

10. Paul zei dat hij geen zin had in ruzie.
Paul zei

11. Simone vertelde dat het idee op haar afdeling ontstaan is.
Simone vertelde