Nederlands in actie

Extra opdrachten

Hoofdstuk 5

Vocabulaire - Opdracht 2

Maak de zinnen compleet door een woord in te vullen.

Als je het antwoord niet weet, kun je op ‘hint’ klikken.
Klik op ‘controleer’ als je klaar bent.

Kies uit: aangenaam – gewend – juist – mate – onaangenaam – onder andere – opmerkelijk – qua – tegenstrijdig – volledig

1. Het waait altijd hard in Nederland. Ik ben niet dol op wind. Als ik moet fietsen, vind ik die wind heel .

2. Hélène heeft zich twintig jaar geleden in Nederland gevestigd en voelt zich hier ingeburgerd.

3. Is het als ik zeg dat ik heel veel heimwee heb naar mijn eigen land, maar toch niet graag terug zou willen gaan?

4. Ik twijfelde of ik mee zou gaan naar de sauna, maar ik vond de warmte heel erg . Ik ga vaker met je mee naar de sauna!

5. Vind jij deze ruimte klein? Ik vind hem groot!

6. Andy vindt het leuk om typisch Nederlandse dingen te doen. Hij draagt oranje kleding als Nederland moet voetballen.

7. In welke voel jij je Nederlands? Helemaal? Een beetje?

8. Ze vindt het dat Nederlanders hagelslag op brood eten.

9. Ik vind het Nederlands uitspraak heel moeilijk. Ik heb vooral problemen met de g en de ui.

10. Ik ben helemaal in Nederland. Ik vind dat ik hier een goed leven heb.