Nederlands in actie

Extra opdrachten

Hoofdstuk 5

Vocabulaire - Opdracht 4

Maak de zinnen compleet door een woord in te vullen.

Als je het antwoord niet weet, kun je op ‘hint’ klikken.
Klik op ‘controleer’ als je klaar bent.

Kies uit: beleid – grens – constatering – gezag – bewijs – kader – sfeer – tentoonstelling – twijfel – tranen

1. Het van die docent is niet zo groot. Het is een chaos in zijn lessen.

2. Is er wetenschappelijk dat een vrije opvoeding negatief is voor kinderen?

3. Mijn was groot toen mijn man zei dat hij vier jaar in Nederland kon werken als hersenonderzoeker. Ik wist niet of het een goed idee zou zijn om in Nederland te gaan wonen.

4. In het van een internationaal studieprogramma heb ik een halfjaar in Zuid-Afrika gestudeerd.

5. Het van de overheid is om meer vrouwen op hoge posities te krijgen.

6. Is de in jullie groep goed? Is de docent inspirerend en heb je een goed contact met de andere studenten?

7. Hoe vond je de in het nieuwe museum?

8. Hij woont dicht bij de tussen Nederland en Duitsland. Daarom doet hij vaak boodschappen in Duitsland.

9. Ik vind de dat buitenlanders zich niet altijd welkom voelen in Nederland verschrikkelijk.

10. Ik kreeg in mijn ogen toen ik een film over mijn eigen land op tv zag.