Nederlands in actie

Extra opdrachten

Hoofdstuk 6

Grammatica - Opdracht 1

Vul het juiste relatief pronomen in.

Als je het antwoord niet weet, kun je op ‘hint’ klikken.
Klik op ‘controleer’ als je klaar bent.

Kies uit: die – dat – wat

1. Alles hij zegt, vindt ze interessant.

2. Het gebaar hij maakte, begreep ik niet.

3. De conflicten ouders met hun kinderen hebben, zijn internationaal.

4. Het spannendste ik ooit gedaan heb, was een blind date.

5. De sites hij bezoekt, zijn niet gratis.

6. Hij heeft de hele week voor me gekookt toen ik ziek was, ik erg aardig vond.

7. Silvia is verliefd op een jongen op de markt werkt.

8. Het gedonder veel ouders en kinderen hebben, is van alle tijden.

9. Het bosje bloemen hij van zijn vrouw kreeg, vond hij prachtig.

10. Ze schreef me een romantische brief, ik geweldig van haar vond.