Nederlands in actie

Extra opdrachten

Hoofdstuk 6

Grammatica - Opdracht 5

Vul het juiste relatief pronomen in.

Als je het antwoord niet weet, kun je op ‘hint’ klikken.
Klik op ‘controleer’ als je klaar bent.

Kies uit: waaraan – waarin – waarop – waarover – waarvan – waarvoor

1. Hier zie je een getal je tien moet aftrekken.

2. Vanavond komt er een programma op tv mijn zusje dol is.

3. Gitaarspelen is een hobby ik helaas weinig tijd heb.

4. In elke relatie zijn er dingen je moet wennen.

5. De situatie ze terechtgekomen is, moet veranderen.

6. Dat was een conflict ze nu liever zwijgen.

7. Het was een periode ze nu nog vaak terugdenkt.

8. Hoe heet het boek dat gedicht staat?

9. Dat zijn zaken beide partners verantwoordelijk zijn.

10. Dat is de datum we elkaar ontmoet hebben.