Nederlands in actie

Extra opdrachten

Hoofdstuk 6

Werkwoorden - Opdracht 1

Onregelmatige werkwoorden

Imperfectum » presens
Zet de zinnen in het presens.

Als je het antwoord niet weet, kun je op ‘hint’ klikken.
Klik op ‘controleer’ als je klaar bent.

Voorbeeld:
We zagen het probleem niet.
We zien het probleem niet.

1. Richard en Naoki bewezen dat zo’n relatie mogelijk is.
Richard en Naoki dat zo’n relatie mogelijk is.

2. Harold reed direct naar zijn vriendin in Berlijn.
Harold direct naar zijn vriendin in Berlijn.

3. Hij bracht haar bloemen om zijn bewondering te uiten.
Hij haar bloemen om zijn bewondering te uiten.

4. Hij loog vaak over zijn fantastische avonturen.
Hij vaak over zijn fantastische avonturen.

5. Ik kreeg de indruk dat hun huwelijk niet goed was.
Ik de indruk dat hun huwelijk niet goed was.

6. Diana’s ouders verboden haar om nog contact met Ramon te hebben.
Diana’s ouders haar om nog contact met Ramon te hebben.

7. We spraken natuurlijk ook over het verschil in milieu.
We natuurlijk ook over het verschil in milieu.

8. We schoven mogelijke problemen naar voren, naar de toekomst.
We mogelijke problemen naar voren, naar de toekomst.

9. Ik vond haar heel knap en spontaan.
Ik haar heel knap en spontaan.

10. Er kwam gedonder rondom de opvoeding van de kinderen.
Er gedonder rondom de opvoeding van de kinderen.