Nederlands in actie

Extra opdrachten

Hoofdstuk 6

Werkwoorden - Opdracht 2

Onregelmatige werkwoorden

Perfectum » presens
Zet de zinnen in het presens.

Als je het antwoord niet weet, kun je op ‘hint’ klikken.
Klik op ‘controleer’ als je klaar bent.

Voorbeeld:
We hebben dat samen besloten.
We besluiten dat samen.

1. Haar ouders hebben gebeden om een goede man voor hun dochter.
Haar ouders om een goede man voor hun dochter.

2. Ik heb hem steeds scherp in de gaten gehouden.
Ik hem steeds scherp in de gaten.

3. Natalia is van het bed gesprongen om de deur open te doen.
Natalia van het bed om de deur open te doen.

4. In deze film is Rianna ziek geworden van verliefdheid.
In deze film Rianna ziek van verliefdheid.

5. Marianne heeft zijn adres gevraagd.
Marianne zijn adres.

6. We hebben samen ontzettend veel gelachen.
We samen ontzettend veel.

7. De band Sticks heeft heel vaak opgetreden in deze discotheek.
De band Sticks heel vaak op in deze discotheek.

8. Ik heb bewondering gekregen voor de manier waarop zij leefde.
Ik bewondering voor de manier waarop zij leefde.

9. Hij heeft gelogen over de hoogte van zijn salaris en over zijn achtergrond.
Hij over de hoogte van zijn salaris en over zijn achtergrond.

10. Heb je je collega’s gewezen op het nummer voor noodgevallen?
je je collega’s op het nummer voor noodgevallen?