Nederlands naar perfectie

Hoofdstuk 3

Opdracht 2 Uitdrukkingen en woordgroepen

Oefening met uitdrukkingen en woordgroepen bij tekst 1 en 2

Vul het juiste woord in. Gebruik de uitdrukkingen en woordgroepen bij tekst 1 en 2.

Klik op 'Extra letter' of op '[?]' als je het antwoord niet weet. Let op: de knop '[?]' toont het goede antwoord.

1. Dat voorstel moeten we eerst goed bekijken. We zullen het vanavond eens uitgebreid onder de nemen.
2. Het ligt voor de dat de Spanjaarden de wedstrijd gaan winnen. Dat team is zo enorm goed!
3. Mannen houden van mooie vrouwen en snelle auto’s. Dat is tenminste het cliché.
4. Met de jongen met wie ze de laatste tijd omgaat, kan ze heel goed filosoferen. Hun gesprekken gaan echt de in.
5. Zij verzint altijd weer iets nieuws. Ik ben benieuwd waarmee ze nu weer op de komt.
6. We kunnen er lang en over praten, maar het antwoord op je vraag blijft ‘nee’.
7. Hans heeft de auto van zijn buurman in .
8. Er worden geen nieuwe draaitafels meer gemaakt. Dat betekent dat ik al mijn vinylplaten op de kan gooien.
9. Als zij dat beloofd heeft, mag je haar daarop .
10. De meeste mensen geven de aan vlees boven vis.