Nederlands naar perfectie

Hoofdstuk 3

Opdracht 4 Relativa

Oefening met relativa

Maak correcte zinnen door het juiste relatieve pronomen in te vullen. Soms zijn er meerdere mogelijkheden.

Klik op 'Extra letter' of op '[?]' als je het antwoord niet weet. Let op: de knop '[?]' toont het goede antwoord.

1. Harold nam een grote doos bonbons voor Marie mee, ze een aardig gebaar vond.
2. De atleet verbrak het nationale record net niet, hij natuurlijk betreurde.
3. De student zijn propedeuse niet in één jaar had gehaald, studeerde toch op tijd af.
4. Het tempo jij fietst, is nog lager dan dat van mijn kleine zusje!
5. De jongens wij op vakantie gaan, zijn allemaal achttien jaar en ouder.
6. Het leukste ik ooit heb meegemaakt, is een nachtelijke zwempartij in zee.
7. Maaike is iemand zichzelf niet snel blootgeeft. Het duurt even voordat je haar goed leert kennen.
8. Alles hij tijdens zijn stage heeft geleerd, kan hij in zijn huidige baan toepassen.
9. De klachten na afloop van het concert waren ingediend, zijn in behandeling genomen.
10. De afdeling ik werk, is de grootste afdeling binnen het bedrijf.