Nederlands naar perfectie

Hoofdstuk 4

Opdracht 6 ‘Zou(den)’

Extra oefening met ‘zou(den)’

Schrijf de zinnen met de woorden in de juiste volgorde. Begin met de vetgedrukte woorden. Soms zijn er meerdere mogelijkheden. Let op: pas waar nodig de werkwoordsvorm en -tijd aan.

Klik op 'Extra letter' of op '[?]' als je het antwoord niet weet. Let op: de knop '[?]' toont het goede antwoord.

Geef voorzichtig advies:

1. Je / voor een goed advies / moeten / de coördinator / aanschrijven / zullen.
.

2. Je / serieus / moeten / de klacht / nemen / zullen.
.

3. Daarvoor / aankloppen / bij je leidinggevende / moeten / je / zullen.
.

4. Je / zullen / bij hem / indienen / je klacht / officieel / moeten.
.

5. Er / iets / aan / moeten / doen / worden / zullen.
.

6. Wij / wat vaker / overleggen / moeten / zullen.
.