| 1. Deze cursus volg ik niet omdat dat moet voor mijn werk, maar gewoon [?]. |
|
|
| 2. U kunt een overnachting boeken in het hotel, [?] met ontbijt. |
|
|
| 3. Er zijn leuke mensen op het feest, de muziek is goed en er wordt gedanst; kortom, gezelligheid [?]! |
|
|
| 4. Ik heb haar een maand geleden een mail gestuurd, maar [?] heb ik nog niets van haar gehoord. |
|
|
| 5. Omdat hij ontevreden was over zijn huidige baan, besloot hij [?]: hij zegde zijn baan op en ging een wereldreis maken. |
|
|
| 6. [?] het gebouw wel veilig is. Zo niet, dan moet de gemeente voor verbetering zorgen. |
|
|
| 7. Ik ben alvast aan het solliciteren naar een andere functie, want mijn baan [?]. |
|
|
| 8. Verhalen over neergestorte vliegtuigen [?] mij altijd [?]. |
|
|
| 9. [?] nemen we even rust om tot bezinning te komen. |
|
|
| 10. Het verschil in mening [?] te verklaren door te kijken naar de uiteenlopende achtergronden van de sprekers. |
|
|
11. Ik moet er niet aan denken om op vakantie te gaan naar Antarctica. [?] die kou!
|
|
|
| 12. Mensen die [?], gedragen zich anders dan van hen wordt verwacht. |
|
|
| 13. [?] onafhankelijkheid was zo groot dat het volk in opstand kwam. |
|
|
| 14. Tijdens het wereldkampioenschap voetbal konden de winkeliers de plotseling stijgende vraag naar oranje vlaggetjes niet [?]. |
|
|
| 15. Het was duidelijk dat hij ergens mee zat, maar ik kon er niet [?] wat het probleem precies was. |
|
|