Nederlands naar perfectie

Hoofdstuk 5

Opdracht 4 Passief

Extra oefening met de passief
Passieve zinnen met modale werkwoorden

Maak de volgende zinnen af. Gebruik daarbij de gegeven werkwoorden. Zet de werkwoorden in de juiste vorm, in een juiste volgorde. Er zijn steeds meerdere mogelijkheden.

Klik op 'Extra letter' of op '[?]' als je het antwoord niet weet. Let op: de knop '[?]' toont het goede antwoord.

1. (inleveren, moeten, zijn) Hier staat duidelijk dat alle werkstukken voor 13.00 uur ’s middags .
2. (nakijken, worden) Deze oude auto moet hoognodig eens .
3. (bespreken, zijn) Alle zakelijke details zullen al ruim voor die tijd .
4. (ontdooien, hoeven, worden) Het gerecht is zo klaar omdat de visfilets voor bereiding in de pan niet .
5. (tonen, worden, kunnen) De officiële uitnodiging moet bij de ingang .
6. (stelen, kunnen, zijn) Wat goed dat je die fiets niet van die man kocht. Hij zou heel goed .
7. (afhalen, worden, mogen) De kaartjes hadden gisteren al .
8. (behandelen, worden) Isaak is altijd heel aardig voor anderen en wil zelf ook netjes .
9. (nemen, worden) Er hoefden wat hem betreft geen strengere maatregelen .
10. (bellen, worden, kunnen) Na het sollicitatiegesprek houdt hij zijn mobiele telefoon goed bij zich, want hij zou weleens !