Hoofdstuk 3
Vocabulaire
Opdracht 2
Vul het juiste werkwoord in. Kies uit:
benadrukken
klussen
ontkomen
opmaken
opvangen
overtuigen
uitgaan
verdelen
verpesten
versieren
zwerven
Klik op 'extra letter' als je het antwoord niet weet.
Als je klaar bent met de opdracht klik je op 'controleer' om je antwoorden te controleren.