Hoofdstuk 13
Mogelijkheden tijdens de stage
Hier geven we enkele voorbeelden van mogelijkheden die je als student hebt om taalbeleid op je stageschool mede vorm te geven.
Een aantal van de volgende suggesties kun je uitvoeren in je eigen stageklas, andere zijn gericht op de hele school.
Een hoofdfasestudent vertelt: ‘In deze stageperiode werk ik samen met een medestudent mee aan de rol van taal bij de andere vakken op onze school. Tijdens de opleiding hebben we daar wel het een en ander over gehoord, maar nu zie je wat dat in de praktijk betekent. Tot nu toe was ik tijdens een stageperiode bezig in mijn eigen stageklas, maar nu leer je ook schoolbreed te kijken. De taalcoördinator heeft een plan van aanpak geschreven en wij verkennen de mogelijkheden bij de uitvoering. Per leseenheid bekijken we de doelstellingen van de taalmethode en de mogelijkheden voor toepassing daarvan in een van de zaakvakmethodes.’
In hoofdstuk 13 wordt gewezen op het belang van taalbeleid voor de kwaliteit van het (taal)onderwijs en de centrale rol die de taalcoördinator daarbij speelt. Bij de ontwikkeling en uitvoering van dat beleid moet het team voortdurend betrokken worden.
Ook voor studenten zijn er in het kader van werkplekleren veel mogelijkheden om een bijdrage te leveren. Veel basisscholen hebben een intensieve relatie met de opleiding in hun regio opgebouwd als opleidings- of stageschool. Studenten komen op de basisschool om hun competenties in de praktijk uit te breiden, maar kunnen tegelijkertijd ook een bijdrage leveren aan de schoolontwikkeling: een win-winsituatie. In de afstudeerfase is het heel gebruikelijk dat de student een onderwerp uitwerkt dat bijdraagt aan de schoolontwikkeling, maar ook in de hoofdfase kunnen studenten al een grote inbreng hebben.
Wat in de praktijk van een basisschool mogelijk is, zal duidelijk worden in een gesprek met de taalcoördinator of de basisschoolcoach van de stageschool en de begeleider van de opleiding. Om een idee te geven van de mogelijkheden wordt hierna een aantal suggesties gegeven die al in de praktijk zijn toegepast. Mogelijk kunnen meerdere studenten uit verschillende fasen van de opleiding bij deze onderwerpen op schoolniveau samenwerken.
Op schoolniveau
Deelname aan praktijkonderzoek of kenniskring lectoraat
Deelname aan praktijkonderzoek of aan een onderzoek binnen de kenniskring van een lectoraat loopt meestal over een langere periode, maar studenten worden vaak betrokken worden bij een deelproject. Zij kunnen dan bijvoorbeeld onder leiding van een lid van de kenniskring observaties uitvoeren in de klas of een nieuwe didactische werkwijze uitproberen en daarvan verslag doen.
Inventarisaties en verkenningen ter voorbereiding op nieuwe methodes
Voorafgaand aan de keuze voor een nieuwe taal- of leesmethode kunnen door studenten de wensen en mogelijkheden worden geïnventariseerd op basis van de teamvisie op taalonderwijs. Zo’n keuzetraject duurt vaak enige maanden, en voor de werkelijke implementatie van de nieuwe methode wordt vaak een heel schooljaar uitgetrokken. Onder leiding van de taalcoördinator of een taalwerkgroep kan een student (of een groepje studenten) het nodige voorwerk verrichten, zoals:
- gesprekken met leerkrachten over uitgangspunten, visie, wensen;
- informatie verzamelen en ordenen over nieuwe methodes;
- vergelijken van methodes op een aantal aspecten (doorgaande leerlijnen, mogelijkheden tot differentiatie en zelfstandig werken, aansluiting bij populatie van de school);
- met gerichte vragen praktijkervaringen inventariseren bij scholen die al met de nieuwe methode werken.
Verkenning van mogelijkheden van ICT-gebruik bij het taalonderwijs
Op veel scholen staan enkele computers in de klas of in een aparte werkhoek waarmee de leerlingen extra oefeningen kunnen maken bij de aangeboden leerstof. Leerkrachten werken wel met een digitaal schoolbord, maar benutten vaak nog lang niet alle mogelijkheden daarvan. Op verzoek van het team kunnen studenten de mogelijkheden verkennen en in de klas uitproberen. We geven een aantal voorbeelden:
- werken met digiboeken, waarbij tekst (gesproken of geschreven), beeld (foto of film) en geluid gecombineerd kunnen worden. Ervaringen van leerlingen en leerkrachten kunnen op deze manier weergegeven worden, waarbij spreken en luisteren, lezen en schrijven functioneel aan bod komen;
- educatieve software (los of gekoppeld aan de methode) implementeren die de leerkracht extra mogelijkheden biedt om in te spelen op verschillen tussen leerlingen;
- werken met digitaal taalportfolio, waarbij reflectie op eigen taaluitingen (schriftelijk en mondeling) het belangrijkste leermoment is.
In Werken aan taal met behulp van tussendoelen ICT uit 2009 van het Expertisecentrum Nederlands worden meer mogelijkheden uitgewerkt.
Op groepsniveau
‘Taliger’ inrichting van het lokaal
Zeker voor kleuters die niet in een leescultuur opgroeien, is een rijke talige leeromgeving van belang. De meeste kleutergroepen hebben wel een lees-schrijfhoek, maar vaak zijn er meer mogelijkheden om het lokaal ‘taliger’ in te richten in het kader van de tussendoelen beginnende geletterdheid:
- posters en affiches
- gebruikstaal (naamkaartjes, aanduiding voor hoeken en op bakken en kasten met behulp van picto’s en/of woorden)
- tekstborden bij bepaalde activiteiten
Studenten kunnen een scan uitvoeren en in overleg met de leerkracht de mogelijkheden in praktijk brengen.
Meer interactief werken met de taalmethode
Veel schoolteams hebben in hun schoolplan en/of taalbeleidsplan staan dat ze bij het taalonderwijs interactief willen werken, maar hoe doe je dat in de praktijk? In de handleiding van de taalmethode staat wel dat de uitgangspunten van het interactief taalonderwijs onderschreven worden, maar in de uitwerking van de lessen is dat niet altijd terug te zien.
Studenten kunnen uitproberen wat mogelijk is door bij elke oefening van een leseenheid aan te geven of en met welke aanpassing de oefening het betekenisvol, sociaal of strategisch leren kan bevorderen. Een andere context of een andere werkvorm kan een oefening al interactiever maken voor leerlingen.
Pre-teaching van kernwoorden uit zaakvakteksten
Het voorbeeld aan het begin van dit hoofdstuk gaat over dit onderwerp. Zeker voor minder taalvaardige leerlingen zijn de zaakvakteksten nog steeds grote struikelblokken. Als de betekenis van een aantal kernbegrippen in de tekst vóór het lezen duidelijk is, zullen ze de informatie ook beter tot zich kunnen nemen. Ook al heeft een team afgesproken deze woorden vooraf te behandelen volgens een afgesproken woordenschatdidactiek, dan nog schiet dat onderdeel er wegens tijdgebrek nogal eens bij in. Studenten kunnen als ‘extra handen in de klas’ laten zien hoe effectief deze manier van werken is.
Literatuur
Bronkhorst, J., Verhoeven, L. & Biemond, H. (2009). Werken aan taal met behulp van tussendoelen ICT. Taalonderwijs krijgt nieuwe mogelijkheden en kansen. Nijmegen: Expertisecentrum Nederlands.