Profileer jezelf als sociaal werker

3 Profilering in het sociale domein

Je werk in relatie tot overheidsbeleid

Met welk overheidsbeleid je als sociaal werker te maken kunt krijgen, zie je in onderstaand schema.

Lokaal niveau/gemeentelijk beleid


De gemeenten houden zich vooral bezig met het vaststellen en aansturen (regie) van het lokale sociale beleid (zorg, welzijn, werk en jeugd). Daarvoor subsidiëren en financieren zij welzijnszorginstellingen en stimuleren ze samenwerking tussen deze organisaties. De Wmo (zie verderop) wordt uitgevoerd door de gemeenten.

Maar ook op andere beleidsterreinen die van belang zijn voor welzijn is de gemeente een belangrijke partij. Denk aan beleid op het gebied van openbare orde en veiligheid, cultuur, sport en recreatie, onderwijs, sociale zaken en werkgelegenheid, volksgezondheid en volkshuisvesting. Met al deze beleidsterreinen kun je als sociaal professional te maken krijgen.

Regionaal/provinciaal niveau


Regionaal beleid: Gemeenten werken op een groot aantal van de bovengenoemde terreinen met elkaar samen.

Provinciaal beleid: De inbreng van de provincies op het sociale domein is sinds de decentralisatie in 2015 sterk verminderd. Wel is er nog steeds provinciale betrokkenheid (onder andere rond subsidies) bij bijvoorbeeld leefbaarheid, milieu, landschap, natuur en energie.

Nationaal niveau/Rijks(overheids)beleid


De nationale overheid draagt op landelijk niveau de algehele verantwoordelijkheid voor zorg, werk en inkomen door wet- en regelgeving, stimuleert innovaties en volgt trends en nieuwe ontwikkelingen voor zaken die provincies en gemeenten niet of moeilijk kunnen vervullen.

Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015): De Wmo is een Nederlandse Wet die per 1 januari 2015 is ingevoerd. De wet vormt de basis van het stelsel van Zorg en Welzijn.

In het sociale domein zijn vooral vijf ministeries van belang:

  1. Volksgezondheid, Welzijn en Sport
  2. Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
  3. Sociale Zaken en Werkgelegenheid
  4. Justitie en Veiligheid
  5. Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Internationaal niveau/Internationaal beleid


Verenigde Naties: De VN is een intergouvernementele organisatie die actief is op het gebied van het internationale recht, mondiale veiligheid, het verdedigen van mensenrechten, de ontwikkeling van de wereldeconomie, en het onderzoek naar maatschappelijke en culturele ontwikkelingen.

Europees beleid/Europese Unie: Voert beleid/maatregelen (onder andere subsidies) uit, vooral op het gebied van stimulering binnen de lidstaten van werkgelegenheid, onderwijs, onderzoek en innovatie, sociale inclusie (het tegengaan van uitsluiting) en armoedebestrijding, klimaat en energie.

Argumenten van voor- en tegenstanders van marktwerking

Voorstanders menen dat meer marktwerking leidt tot meer aandacht voor kwaliteit en tot kwaliteitsverhoging, immers:

  • Door de toegenomen concurrentie zijn er meer spelers op de markt gekomen. Veel meer dan voorheen moeten organisaties nu aantonen welke diensten ze leveren en welke resultaten de klanten van deze diensten mogen verwachten. Het gaat er dus om dat de organisaties hun kwaliteit duidelijk zichtbaar maken.
  • Door de terugtredende rol van de overheid is het belang van effectief en efficiënt werken toegenomen. Organisaties moeten voortdurend stilstaan bij de vraag: welke kwaliteit kunnen we voor welke prijs bieden?
  • Door de toenemende zeggenschap van individuele burgers kunnen potentiële klanten zelf keuzes maken. Om een goede keuze te kunnen maken, verdiepen zij zich in het aanbod. Ze willen vergelijkingen kunnen maken: welke kwaliteit kunnen we voor welke prijs verwachten? De klant zal altijd gaan voor het beste aanbod tegen de beste prijs.

Enkele argumenten die tegenstanders van marktwerking aanvoeren, zijn:

  • Het systeem van aanbesteden geeft de overheid (gemeenten) ruimte voor het maken van keuzes tussen aanbieders. Deze keuzes zijn makkelijker te maken op basis van prijsvergelijking dan op basis van kwaliteitsvergelijking. In de praktijk draait dit er dan ook nogal eens op uit dat de keuze valt op de goedkoopste speler in de markt.
  • Marktwerking kan leiden tot meer uitsluiting. Ondernemers leveren alleen tegen betaling en als de klant zijn verplichtingen niet nakomt, levert de ondernemer niet meer. Bepaalde klantgroepen zullen dan tussen wal en schip vallen. Dit leidt ertoe dat die groepen structureel in een achterstandspositie komen te zitten.

Enkele voorbeelden van Publiek-Private Samenwerking (PPS)

Het JOGG-project (Jongeren Op Gezond Gewicht) is een mooi voorbeeld van zo’n PPS. Een groot aantal organisaties werkt samen om jongeren te stimuleren gezonder te eten en meer te bewegen (www.jongerenopgezondgewicht.nl). Zie voor meer van dergelijke voorbeelden de website www.loketgezondleven.nl.