Volgende Vorige Hoofdstuk 4 Interactieve oefeningen Uitwerkingen Basisvaardigheden Repertoire Landelijke kennisbasis 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 Lijnen en hoeken Maak de opgaven. Klik op 'Controleer' om je antwoorden te controleren. Als je alles goed hebt, kun je van enkele opgaven uitwerkingen bekijken. Hoe groot zijn de hoeken van een gelijkzijdige driehoek? ° Hoeveel hoeken zijn gelijk in een gelijkbenige (maar niet-gelijkzijdige) driehoek? hoeken De drie hoeken van een driehoek zijn samen altijd 180°. In driehoek ABC is hoek A twee keer zo groot als hoek B en 1/3 deel van hoek C. ° Hoe groot is de hoek bij het vraagteken? ° In onderstaande kubus wordt een aantal lijnstukken getekend. Vul onderstaande beweringen aan, zodat deze kloppend zijn. Geef wanneer nodig je antwoorden alfabetisch, dus zo: AB, AD, EF, EH, enzovoort. Het lijnstuk AC loopt evenwijdig met lijnstuk . Het lijnstuk AC kruist lijnstukken , , , en uit het bovenvlak (vlak EFGH). Het lijnstuk AC maakt een hoek van 90° met lijnstukken en . Het lijnstuk AC snijdt de lijnstukken , , , , en . De lijn AC snijdt de lijnen , , , , en . De lijn BG snijdt de lijnen , , en in punt B. De lijn BG snijdt daarnaast ook nog de lijnen en . controleer oké