Rekenen en wiskunde uitgelegd

Hoofdstuk 4

Veelhoeken


Maak de opgaven. Klik op 'Controleer' om je antwoorden te controleren. Als je alles goed hebt, kun je van enkele opgaven uitwerkingen bekijken.
  1. Vul namen van vlakke figuren in. Geef steeds het antwoord dat zo algemeen mogelijk is. Een ‘figuur met drie zijden’ bijvoorbeeld is dus een driehoek en niet per se een rechthoekige driehoek.
    1. Een is een vierhoek met twee paar evenwijdige zijden.
    2. In een zijn de twee diagonalen even lang. Bovendien delen de diagonalen elkaar middendoor.
    3. Een is een vierhoek met één paar evenwijdige zijden.
    4. In een staan de diagonalen loodrecht op elkaar. Bovendien delen de diagonalen elkaar middendoor.
    5. Een is een vierhoek met vier gelijke zijden.
    6. In een zijn de diagonalen de symmetrieassen.
    7. In een driehoek zijn de basishoeken even groot.
    8. In een zijn de overstaande zijden even lang en de overstaande hoeken even groot.
    9. Een is een vlakke figuur die wordt gevormd door vier zijden en vier hoeken.
    10. Een heeft precies vier symmetrieassen. 
  2. Wat is het minimale aantal driehoeken waarin een negenhoek verdeeld kan worden? driehoeken
  3. Hoeveel driehoeken zijn in onderstaande figuur getekend?



    driehoeken
  4. Welke figuur is zowel een rechthoek als een ruit?
  5. De som van de hoeken in een driehoek is 180°. Hoeveel is de som van de hoeken in een 22-hoek? °
  6. Van een regelmatige vijfhoek worden de hoeken omgevouwen zoals op de tekening.



    Van de regelmatige vijfhoek is gegeven dat:
    • elke zijde z van de vijfhoek 10 cm is;
    • de oppervlakte van een regelmatige vijfhoek 1,72 × z2 is,
    • de dubbele hoogte van de omgeklapte driehoeken 5,9 cm is (zie pijl in afbeelding).

    Wat is de oppervlakte van de vijfpuntige ster in cm2? Geef je antwoord op twee cijfers achter de komma. cm2
  7. Hoeveel diagonalen heeft een 33-hoek? diagonalen.
  8. Hoe groot zijn alle hoeken uit een segment uit een regelmatige 12 hoek?



    De buitenhoeken zijn elk ° en de binnenhoek is °.
  9. De oppervlakte van een cirkel is 9π. Hoe groot is de oppervlakte van het vierkant dat precies om de cirkel past?
  10. Hoe lang is lijnstuk AC in de tekening?