Volgende Vorige Hoofdstuk 4 Interactieve oefeningen Uitwerkingen Basisvaardigheden Repertoire Landelijke kennisbasis 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 Lokaliseren en oriënteren Maak de opgaven. Klik op 'Controleer' om je antwoorden te controleren. Als je alles goed hebt, kun je van enkele opgaven uitwerkingen bekijken. Gegeven: een viertal camera's in een winkel, en de bijbehorende opnamebeelden. Welke camera maakt opname a? Welke camera maakt opname b? Gegeven: een overzichtsfoto van een landschap en zes foto's die in dit landschap zijn gemaakt. Welke foto hoort bij welke plaats?1 2 3 4 5 6 Op de afbeelding zie je een plattegrond en een schematische buslijn. Welke namen horen bij de haltes? Van links naar rechts: Haven, Vuurtoren, , , , Waar staat deze richtingaanwijzer? Welke letter hoort bij welk coördinatenpaar? Vul naast elk paar dat is gemarkeerd met een letter de juiste letter in. Als het paar niet met een letter gemarkeerd is, vul je een - in.(1,1) (6,1) (1,6) (3,2) (2,3) (4,2) (2,4) (5,4) (4,5) (7,5) (5,7) Hoe groot is de oppervlakte van de driehoek? Start op een rooster in (0,0). Ga drie vakjes naar het noorden. Daarna 5 vakjes schuin naar NW, daarna 3 vakjes naar Z, weer 2 vakjes ZW, daarna 4 naar N en ten slotte 7 naar O. Op welke coördinaten ben je terechtgekomen? Hoe groot is de oppervlakte van de driehoek? Start op een rooster in (0,0). Ga drie vakjes naar het noorden. Daarna 5 vakjes schuin naar NW, daarna 3 vakjes naar Z, weer 2 vakjes ZW, daarna 4 naar N en ten slotte 7 naar O. Op welke coördinaten ben je terechtgekomen? controleer oké