Welke eigenschap van de bewerkingen is hier gebruikt?
inverse eigenschap
distributieve eigenschap
associatieve eigenschap
commutatieve eigenschap
Gegeven: de opgave 305 – 198 =
Emma rekent als volgt: 305 − 100 = 205 205 – 90 = 115 115 – 8 = 107
Hoe heet de aanpak van Emma?
rijgen
splitsen
varia
kolomsgewijs rekenen
Gegeven: wanneer ben je bij een aankoop goedkoper uit: eerst 8% korting eraf en dan 21% BTW erbij, of omgekeerd?
Vanwege welke eigenschap maakt het niet uit in welke volgorde je de korting en de BTW verrekent?
inverse eigenschap
associatieve eigenschap
distributieve eigenschap
commutatieve eigenschap
Gegeven: de getallen 180, 585 en 3003.
Wat is de ggd van deze getallen?
3
15
150
180
Gegeven: aan de introductieweek van de pabo nemen alle 25 studenten van groep 1a deel. Iedere student geeft elk van zijn of haar medestudenten één keer een hand.
Hoeveel tweetallen schudden elkaar de hand?
50
300
375
meer dan 500
Gegeven: een getal is deelbaar door 8 en door 24.
Welke bewering is waar?
Het getal is zeker deelbaar door 4.
Het getal is zeker deelbaar door 32.
Het getal is zeker deelbaar door 90.
Het getal is zeker deelbaar door 192.
Gegeven: een rooster met punten S en F. Men beweegt over de roosterlijnen direct van S naar F zonder omlopen.
Hoeveel verschillende routes zijn er mogelijk in het rooster om van S via T naar F te gaan?
4 + 16
4 × 16
6 + 15
6 × 15
Gegeven: in het land van Sixt rekent men volgens het zestallig stelsel. De opgave ‘25 + 24 =’ wordt met behulp van het kralensnoer rijgend uitgerekend: 25 + 20 + 1 + 3 = 53.
Wat is de uitkomst in het land van Sixt van de optelsom13 + 25?
11
32
38
42
Gegeven: twee strategieën om 72360: 18 uit te rekenen:
72000 : 18 en 360 : 18 uitrekenen en de uitkomsten bij elkaar optellen.
72360 : 10 en 72360 : 8 uitrekenen en de uitkomsten bij elkaar optellen.
Wat geldt voor deze strategieën?
Strategie I is juist en II is fout.
Strategie II is juist en I is fout.
Beide strategieën zijn goed.
Beide strategieën zijn fout.
Gegeven: het product van twee getallen is 1836. Het verschil van deze twee getallen is 15.
Wat is het kleinste van deze twee getallen?
26
36
39
51
Gegeven: de deeltjesversneller van CERN brengt elke seconde 1 petabyte aan ruwe data voort. Deze data wordt vervolgens gefilterd. Per jaar wordt er 15 petabyte aan gefilterde data opgeslagen. Een petabyte (afgekort PB) is 1.000.000.000.000.000 bytes.
Een van de onderstaande datahoeveelheden is gelijk aan 1 petabyte. Welke?
1000 gigabyte
1000 megabyte
1 miljoen gigabyte
1 miljard gigabyte
Gegeven: het voorvoegsel nano betekent 10-9 of 0,000000001. Een nanometer is het miljardste deel van een meter. Een nanometer is tien keer zo groot als een waterstofatoom (kleinste atoom) en 50.000 keer kleiner dan de doorsnede van een menselijke haar.
Hoe groot is de doorsnede van een menselijke haar?
5 x 10 -4 m
5 x 10 -5 m
5 x 10 -6 m
5 x 10 -7 m
Gegeven: Nora vertelt hoe ze de optelsom 598 + 312 uitrekent: ‘Eerst tel ik 2 op bij de 598. Dat wordt 600. 600 + 312 = 912. Dan doe ik er nog 2 af. Dat is 910.’
De leerkracht maakt op het bord een wiskundig correcte weergave van deze gedachtegang. Welke van onderstaande weergaven heeft de leerkracht op het bord gezet?
598 + 2 = 600 + 312 = 912 – 2 = 910
Gegeven: de opgave (22+22+22)/(22×24)=. Jan rekent als volgt: (3×22)/(22×24)=. Rita rekent als volgt: 66/22×1/24=.