Transformeren, spiegelen en symmetrie
-
Wanneer zijn twee driehoeken gelijkvormig?
-
Als ze twee zijden en één hoek gemeen hebben.
-
Als alle hoeken gelijk zijn.
-
Als alle overeenkomstige zijden dezelfde verhouding hebben
-
Alle bovenstaande mogelijkheden zijn juist.
-
Wanneer zijn twee driehoeken congruent?
-
Als ze twee zijden en één hoek gemeen hebben.
-
Als alle hoeken gelijk zijn.
-
Als alle overeenkomstige zijden dezelfde verhouding hebben.
-
Alle bovenstaande mogelijkheden zijn juist.
-
Van een veelhoek die dubbelgevouwen wordt is bekend dat de twee delen precies op elkaar passen. Wat geldt voor deze veelhoek?
-
De veelhoek is zeker lijnsymmetrisch.
-
De veelhoek is zeker puntsymmetrisch.
-
De veelhoek is zeker draaisymmetrisch.
-
De veelhoek is zeker niet symmetrisch.
-
Welke bewerkingen moeten worden uitgevoerd om van een willekeurige figuur twee congruente figuren te maken?
-
één keer spiegelen
-
één keer draaien over 60°
-
één keer draaien over 90°
-
twee keer draaien over 90°
-
Een figuur wordt geroteerd om 180°. Welke van onderstaande beweringen is dan zeker niet altijd waar?
-
De nieuwe figuur is congruent met de oorspronkelijke figuur.
-
De nieuwe figuur is gelijkvormig met de oorspronkelijke figuur.
-
De nieuwe figuur is de gespiegelde van de oorspronkelijke figuur.
-
De nieuwe figuur is hetzelfde als de oorspronkelijke figuur.