Rekenen en wiskunde uitgelegd

Hoofdstuk 4

Coördinaten

Maak de opgaven. Klik op 'Controleer' om je antwoorden te controleren en de uitwerkingen te bekijken.
  1. In een coördinatenstelsel moet van punt (3,2) naar punt (−4,−2) worden gelopen. Om dit lopend langs de rasterlijnen te bereiken, moeten stappen naar (links/rechts) en stappen naar (onder/boven) worden gezet.
  2. Bij punt P in onderstaande figuur horen de coördinaten (,,).
    1. In een assenstelsel staat het punt P (5,4). Dit punt wordt om het punt M (2,2) 90 graden gedraaid tegen de klok in. De coördinaten van het nieuwe punt zijn (,).