Present perfect simple tense
Exercise 2
Choose the correct participle of these irregular verbs.
-
Ik ben op vakantie naar Spanje ...
-
gezijn
-
geweest
-
gewezen
-
Mijn vader is op bezoek ...
-
gekomt
-
gekomd
-
gekomen
-
Ze zijn met de trein naar Maastricht ...
-
gegaan
-
gegaat
-
gegangen
-
Ze heeft haar vrienden ...
-
bezoekt
-
bezocht
-
bezochten
-
We hebben boodschappen ...
-
gedaan
-
gedoen
-
gedoenen
-
Ik heb vroeger ook Chinees ...
-
gespreekt
-
gespreken
-
gesproken
-
Ze hebben dit weekend veel te veel ...
-
gedrinkt
-
gedronkt
-
gedronken
-
Heb jij weleens in dit restaurant ... ?
-
geëet
-
geëten
-
gegeten