Start.nl - deel 1

Chapter 8

Present perfect simple tense
  

Ik heb je lang niet gezien.

Ik ben een weekje naar Portugal gegaan.

Ik heb heerlijk gewandeld.

Ik heb met vrienden gefietst.

Ik heb mijn huis opgeruimd.

Ik heb mijn familie bezocht.

  

Watch the sentences above and answer the following questions:

  1. Which verbs can be in the second position in the present perfect tense?
  2. What is the last letter of the participle?
  3. What happens to the prefix of separable verbs?
  4. Does the participle always start with ge-?

  

regular verbs

Ik heb heerlijk gewandeld.

Hij heeft in Amsterdam gestudeerd.

We hebben naar muziek geluisterd.

Ze heeft haar moeder opgebeld.

  

Ze heeft met vrienden gefietst.

Jullie hebben hard gewerkt.

Ik heb een pizza gemaakt.

We hebben het bed opgemaakt.

  

perfectum:

hebben/zijn + participle

 

participle:

(prefix) ge + stem + d/t

  

softketchup + x → +t

  

wandelen

l → not in sftktchp + x → +d

gewandeld

 

werken

k → in sftktchp + x → +t

gewerkt

  

antwoorden → geantwoord (only one ‘d’)

praten → gepraat (only one ‘t’)

  

without ge-

The participles of verbs starting with the following prefixes do not start with ge-:

 

ont- (ontmoeten → Ik heb … ontmoet.)

er- (erkennen → We hebben … erkend.)

her- (herhalen → Hij heeft … herhaald.)

ver- (verhuizen → Ze zijn … verhuisd.)

be- (beloven → Jij hebt … beloofd.)

ge- (geloven → Jullie hebben … geloofd.)

  

irregular verbs

gaan - (zijn) gegaan

komen - (zijn) gekomen

doen - (hebben) gedaan

zijn - (zijn) geweest

eten - (hebben) gegeten

etc.

 

You can find the most frequently used participles in the back of your book.